Vertellen is boeien, en boeien is leren.
Het geschiedenisonderwijs maakt gebruik van tien “Tijdvakken” die elk getypeerd worden door “Kenmerkende aspecten”. Het is een poging om de oriëntatie in de geschiedenis te verduidelijken, welk tijdvak was er eerder, en de tijdvakken te duiden aan de hand van de belangrijkste ontwikkelingen. Net als de Canon van Nederland, die hetzelfde poogt te doen, kan dit een belangrijk hulpmiddel zijn. En ja: elke structuur gaat ergens mank en er zijn dus voor- en tegenstanders van deze methodiek.
Ik was als student niet zo’n kei in het onthouden van feiten, en mijn smoes tegenover mijn hoogleraar was dan ook dat “ik meer iemand was voor de grote lijnen”. Ik kreeg dan een bijzonder tactvol gestelde repliek: “dat is ook hééél belangrijk, maar wat heeft u aan grote lijnen als u ze niet met feiten kunt onderbouwen?”. BAM! Dus toch maar weer de Romeinse keizers en de pausen uit het hoofd geleerd.
Gaan we in het onderwijs onze kids dus grote lijnen bijbrengen, dan zullen er toch feitelijkheden aan te pas moeten komen. En dan komen we in het domein van de parate kennis, een tegenhanger van het streven naar oriëntatie-kennis. En de lesmethoden die ermee moeten werken bewandelen dan ook een middenweg. Niet teveel feiten, maar met tekst, tabellen, plaatjes met bijschriften, samenvattingen de leerling te lijf. En niet te vergeten de docent.
Wat te maken van het kenmerkend aspect “Ontstaan van handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie”?. Geplaatst in het tijdvak van “Regenten en vorsten”, ofwel de 17e eeuw. Je kunt het bijna niet abstracter formuleren. Vroeger leerde men “1602, VOC”, maar uiteraard komt ook nu de VOC volop in de hoofdstukken van de lesmethoden voor. Aandelenverkoop, specerijen, forten langs de weg naar de Oost. Maar het blijft toch wat ver van je bed.
En daarom ben ik zo’n groot voorstander van verhalen in de klas. Met een verhaal kun je de kenmerkende aspecten een gezicht geven, een context scheppen waar de dingen in elkaar grijpen. Waarom niet vertellen van de muiterij op de Batavia? Het geeft een beeld van hoe zo’n schip functioneerde, hoe lang het onderweg was, waarom men af en toe uit koers raakte en in Australië terecht kwam. Over de rauwdouwers op de schepen en over de harde hand van Jan Pieterszoon Coen. Een indrukwekkend verhaal kleurt zo’n “kenmerkend aspect” mooi in.
Om nog een voorbeeld te noemen: het kenmerkend aspect uit het tijdvak van “Steden en Staten”, “Het begin van staatsvorming en centralisatie”. Vertel over de teloorgang van het graafschap Holland onder Jacoba van Beieren, als Philips de Goede van Bourgondië alle gewesten onder één noemer brengt, de reden waarom later alles van de Spaanse koning zou worden. Een machteloze jonge gravin ten prooi aan ambitieuze edellieden en geldgebrek door aanhoudende (Hoekse en Kabeljauwse) twisten. Het hoeft niet de versie van 1860 te zijn, haar verhaal kent vele updates.
Mits goed verteld zullen de verhalen, als aanvulling op de lesmethoden, de tijdvakken en hun “kenmerkende aspecten” meer tot leven brengen. En daarmee meer boeien. En als de leerling geboeid raakt leert hij/zij beter. En die oriëntatie-kennis komt dan wel goed. De parate ook trouwens…
Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Facebook
Volg Stamboeck op Twitter
Anti-helden
Tussen alle mooie verhalen uit onze geschiedenis vinden we ook anti-helden, die desondanks alom vereerd worden. Genoeg in ieder geval voor meerdere standbeelden. Zo liep ik in Breda aan tegen een mooi voorbeeld. En nog wel een uit een van onze allermooiste verhalen: het Turfschip van Breda.
Het Turfschip van Breda is een absolute succes-story en heeft de glamour van het Paard van Troje. En dat succes blijft natuurlijk hangen in onze herinnering. Maar de voorbereiding liep niet helemaal vlekkeloos. En daar komt onze anti-held om de hoek.
Het idee om soldaten in een turfschip te verbergen is afkomstig van Adriaen van Bergen uit Leur. Hij was turfschipper en moest regelmatig turf brengen naar het Kasteel van Polanen waar de Spanjaarden hun plaatselijk hoofdkwartier hadden ingericht. Het kasteel was goed beveiligd, het was dus niet eenvoudig daar zomaar naar binnen te komen met een legertje soldaten. Het idee van Van Bergen sprak de jonge Maurits wel aan en het snode plan werd voorbereid.
Op 25 februari 1590 stond het legertje klaar om onder het turf verborgen naar het kasteel vervoerd te worden. Het wachten was op Adriaen van Bergen. Hij kwam te laat, had zich “verslapen”. De hele operatie moest een dag worden opgeschoven. De volgende dag echter durfde Adriaen niet meer. Twee neven van hem namen het over en Adriaen bleef thuis. De bedenker van het plan werd het kennelijk te heet onder de voeten.
“The rest is history”. Na een barre tocht onder het turf heeft het legertje van Maurits de Spanjaarden totaal verrast en Breda ingenomen. Een prachtig resultaat voor zo’n risicovolle onderneming.
Adriaen van Bergen heeft een standbeeld in Breda én een in zijn woonplaats Leur. Gelukkig is de geschiedenis mild voor deze fantasievolle, Homerische bedenker van het plan. Zonder hem was het Turfschip van Breda geen mooi verhaal geworden, maar het resultaat is ook zonder hem bereikt.
Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Facebook
Volg Stamboeck op Twitter
Van het bos en het knekelhuis
Soms vertelt een landschap het verhaal zelf.
Ik was in Verdun om daar monumenten te bezoeken van de Eerste Wereldoorlog. Op tv had ik Geert Mak daar al eens zien optreden. Na honderd jaar later ontploffen daar in de buurt nog steeds granaten en verwonden nog steeds boeren. De tol in 2011 van de Slag om Verdun.
De slag heeft een klein jaar geduurd. Een relatief klein territorium werd symbool voor de strijd tussen Fransen en Duitsers. In totaal 263.000 doden en 492.000 gewonden.
Stil word je in het zogenaamde Ossuaire van Douaumont, een monument voor 130.000 onbekende soldaten. Hun botten liggen op de plek van dit fantastisch monument dat de strijders in hun leven poogt te herdenken. Niet voor niets de plek waar in 1984 Mitterand en Kohl de vriendschap tussen Frankrijk en Duitsland hand in hand hebben bevestigd.
Een film in het herdenkingscentrum vertelt dat de Duitsers op 21 februari 1916 gedurende de eerste acht uur van de slag meer dan 1.000.000 granaten afschoten. De slag zou duren tot 15 december. Het land was veranderd in een explosief maan-modder landschap, kapot geschoten en daardoor voor een lange periode waardeloos geworden.
Naast de vele monumenten en het museum is er niets met het landschap gebeurd. Hele dorpen zijn weggevaagd en niet meer opgebouwd. In de loop van bijna een eeuw is er een bos ontstaan. Als je het bos goed bekijkt zie je dat de bodem bestaat uit kleine kuilen en heuveltjes. Teveel en te klein voor een natuurlijke oorzaak. Eerst wekt dit verbazing, dan afgrijzen. Waar je kijkt zie je de kraters van de talloze granaten die hier zijn geland.
Dat bos vertelt van de afgrijselijke loopgravenoorlog, van de grote aantallen soldaten die als kanonnenvlees werden ingezet, van de propaganda die deze soldaten niet vertelde van hun kansen van overleving. Geen millimeter van het gebied was veilig. De partijen hielden elkaar in een dodelijke wurggreep. Veel gesneuvelde soldaten bleven levenloos op het slagveld achter om later in het Ossuaire te belanden.
Omdat Nederland neutraal was hebben wij minder met deze oorlog. Weinig verhalen circuleren in de familie. Wij leren netjes op school van de oorlog en de herstelbetalingen als opmaat voor WOII. Maar de emotie, zoals die er wel is bij de Tweede Wereldoorlog, ontbreekt.
Een bezoek aan het Ossuaire verandert dat in één klap. En anders wel een blik in dat bos.
Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Twitter
Waalsdorpervlakte
Toen ik een klein mannetje was woonde ik op de 5e verdieping van een flat die uitkeek op de Waalsdorpervlakte. Aan de andere kant zag ik een glimp van de strafgevangenis van Scheveningen, ook wel bekend als het “Oranjehotel”. Dat zei je nooit zoveel als klein mannetje. Behalve op 4 mei.
Op 4 mei werd bij mij thuis ‘s avonds de twee minuten stilte heel serieus genomen. Bij iedereen trouwens. Ik keek dan graag naar de Van Alkemadelaan. De auto’s gingen aan de kant staan. Alles viel stil. Alles. Behalve wellicht een incidentele Duitse toerist in Scheveningen met een diepgeworteld gebrek aan tact.
De oorlog was pas twintig jaar voorbij. Mijn vader en mijn moeder hadden er beiden hun portie van meegekregen.
Toen A.J.P. Taylor in 1960 met zijn boek “The Origins of the Second World War” kwam werd hij in de krant afgeschilderd als advocaat van de duivel. Hij was de eerste historicus die wees op de houding van de grootmachten tegen Hitler in de aanloop naar de oorlog. “Peace for our time” zei Chamberlain in 1938 en zwaaide triomfantelijk met een vodje papier, een overeenkomst met Nazi-Duitsland. Maar zo’n vingerwijzing was nog te vroeg in de sixties.
De meest krachtige herdenking is voor mij het klokkengelui op de Waalsdorpervlakte. Ook op TV te zien, altijd met geruis van een fikse wind in de microfoon. Een mooie nagedachtenis voor allen die daar gevallen zijn. Gefusilleerd.
Mijn moeder had de oorlog als kind meegemaakt, maar wel heel bewust. Alle ellende balde zich samen in haar herinnering aan haar favoriete “oom Jan”. De jongste broer van haar moeder. In het verzet. Gearresteerd door de nazi’s en gevangen gezet. In juli 1943 in Leusden gefusilleerd. Op 4 mei kwam oom Jan altijd ter sprake.
Ik had hem uiteraard nooit gekend, maar ook ik werd stil van dat verhaal. Twee minuten stil voor oom Jan.
Ook mijn kinderen kennen het verhaal van oom Jan. Maar het zegt ze uiteraard veel minder. Een bij-product van al die decennia vrede. Maar ook zij doen mee aan die twee minuten.
Er zijn talloze oom Jannen. En alle verhalen die daarbij horen. Die verhalen maken diepe indruk op kinderen. Ik zou er ook erg voor zijn als alle scholen een keer op 4 mei naar de Waalsdorpervlakte zouden gaan om het klokkengelui te horen. En om even stil te staan bij de oom Jan-verhalen. Een geschiedenis-les die je nooit meer vergeet.
Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Twitter
Jut
Soms loop je tegen een verhaal aan dat leuk is om te vertellen maar waarvan je de relevantie nog niet zo ziet. En dan moet je daar gewoon induiken, kijken wat er gebeurt.
Zo liep ik aan tegen Hendrik Jacobus Jut. Die van de kop. Nooit geweten dat dat een gewetenloze moordenaar was. Ik was geïntrigeerd en besloot om dat verhaal eens op te schrijven voor Stamboeck Storyboard. Maar de relevantie voor de geschiedenisles dan? Met de haren erbij slepen? Misschien, misschien ook niet.
Hendrik Jacobus Jut was kelner in Scheveningen, had geen geld maar wel zijn vriendin zwanger gemaakt. Zijn vriendin had gewerkt bij een weduwe die veel geld had uit een nalatenschap, en ze pronkte ermee. Met types als Jut in de buurt niet verstandig. Jut besloot samen met zijn vriendin de weduwe van het leven te beroven, nam tegelijk het leven van de dienstmeid mee, en roofde een kapitaal aan juwelen en waardepapieren. Den Haag was in shock, van de dader geen spoor. Jut tartte het lot door op de begrafenis van de weduwe rond te bazuinen dat de dader wel eens onder de aanwezigen zou kunnen zijn…
Jut en vriendin pakten de boot naar New York, verzilverden een deel van de buit, gingen via Engeland naar Vught om zich daar te vestigen, en daar werd hun dochtertje geboren. Later nog een reis naar Zuid Afrika, en teruggekomen vestigde Jut zich in Rotterdam en kocht een tapperij aan ‘t Haagse Veer. Het was een kwestie van tijd. Hij sprak in een dronken bui zijn mond voorbij, en in zijn kroeg kwamen nogal wat Hagenezen…..
Enfin Jut en vriendin, inmiddels echtgenote, gearresteerd. Thuis werden bewijzen gevonden en in1876 stond het stel terecht. Bij uitzondering besteedden de kranten héél veel aandacht aan deze gewetenloze daad. Het volk woedend en eiste de kop van Jut. Een kermisexploitant doopte zijn spelletje om in de Kop van Jut, heel Nederland kon zijn woede kwijt met een hamer. Mooi, Jut was verzekerd van eeuwige roem.
Jut kreeg levenslang en zijn vriendin 12 jaar cel. Jut stierf in 1878, vriendin pas in 1926 na een turbulent leven.
Mooi verhaal, maar bijzonder? Kan in elke tijd voorkomen. Niets voor de geschiedenisles. Of toch?
Laat nou de doodstraf afgeschaft zijn in 1870. Midden in de tijd van de modernisering van de wetgeving (denk aan het Kinderwetje van 1874). Het volk eist de “Kop van Jut”, zijn zij al gewend aan het feit dat de doodstraf (onthoofding of galg) niet meer bestaat? Wil men voor deze gewetenloze dubbele moordenaar een uitzondering? Dan staat plots dat kermis-spelletje symbool voor heel iets anders. Het verhaal van Jut krijgt zijn plaats in de geschiedenis door het te koppelen aan de modernisering van de wetgeving. Een zijtak van het kenmerkend aspect: Discussies over de ‘sociale kwestie’. En daarom verdient het zijn plaats in Stamboeck Storyboard.
Het verhaal heeft nog een bijzondere uitsmijter. Jut sterft in 1878. De universiteit van Groningen besluit zijn hoofd te bewaren op sterk water. Als bijzondere rariteit (het is tenslotte de Kop van Jut), als tegemoetkoming aan de eis van het volk of vanuit een “Buikhuisen avant la lettre”-gedachte? Het is tentoon gesteld in het pathologie-museum van de universiteit.
Bestaat de kop van Jut dan nog steeds? Nee. De pot is gaan lekken. We moeten het nu doen met het kermis-spelletje. En met een mooi verhaal.
Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Twitter
Tenen krommend
Soms hebben verhalen ook geen zin. Ofwel sommigen zullen het nooit leren.
Het was 1980. Ik vertoefde met vrienden op vakantie in Griekenland, huisje in de baai van Tolon. Jawel, van Odysseus! Het was bloedheet maar dat weerhield ons niet van menig bezoek aan menige oudheid. Prachtig: Mycene, Tiryns, Athene, Epidauros en een mislukte poging naar Delphi. Verder veel zand, zee-egels, kwallen, verbrande ruggen en de Telegraaf vol met overwinningen van TI Raleigh in de Tour. Het jaar van Joop Zoetemelk. Een verhaal op zichzelf!
Het gezelschap, dat was al duidelijk, was niet vies van een ritje door 40+ celcius op weg naar de klassieke oudheid. En zo hadden wij ons allemaal heel erg verheugd op Olympia. In twee krakemikken van auto’s door de bergen, schapen, geiten en afgronden ontwijkend, kwamen wij daar aan. Eerst het museum, zo’n typisch Zuid Europees museum met vooral veel dingen en weinig verhaal. Hopelijk is dat nu beter.
Maar het meest verheugd hadden wij ons op de opgravingen. En die stelden niet teleur. En de sfeer was geweldig: tussen de krekels en cypressen lagen de zuilen in gigantische lego-onderdelen verspreid op de grond. Met een plattegrond in de hand konden we de ene na de andere tempel “in” en de fantasie deed de rest. En als klap op de vuurpijl liepen wij het stadion binnen…..
Daar stond een groepje, ofwel een bus, Nederlanders te luisteren naar hun gids. Zo een met een vlaggetje in de lucht. Wij schuifelden langzaam die kant uit om ook wat van de uitleg mee te krijgen. Doorgaans is het best leuk wat gidsen vertellen. En de man deed zijn best om een goede uitleg te geven en verhalen te vertellen.
Hij was klaar en nodigde uit tot het stellen van vragen. En voor je het wist was een even vurige als zin- en oeverloze discussie gaande over de vraag of de atleten van toen beter waren dan de atleten van nu. “Als het verleden maar gaat leven”, dacht ik bij mijzelf. Enfin, discussie bloedde dood en de gids legde uit dat hij de volgende ochtend in het hotel weer klaar zou staan voor de volgende excursie.
“Nog één vraag als dat mag”, zei een man met een zoontje. Hij keek er zeer ernstig bij, want zijn zoontje moest de indruk krijgen dat papa moeilijke vragen stelde. De gids bewaarde zijn geduld en wachtte de vraag af. En toen vroeg de man: “Is dit allemaal op schaal?”.
Ik zou niet graag op dat moment in de schoenen van die gids staan….
Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Twitter
Hoorcollege
Voor mijn “kandidaats” was ik destijds verplicht een “jaaruur” te volgen. Dat bestond uit een wekelijks hoorcollege over een specifiek vakgebied. Ik had gekozen voor een jaaruur Amerikaanse geschiedenis en dat werd gegeven door hoogleraar Schulte Nordholt. Een goede verteller van de oude stempel. De entourage, de collegezaal in het Academiegebouw in Leiden compleet met krakende houten klapstoelen, droeg bij aan de sfeer.
Een verteller van de oude stempel. Geen syllabus, geen boeken en artikelen, gewoon goed luisteren en je aantekeningen maken. Schulte Nordholt nam je mee en schetste het verloop van de Amerikaanse geschiedenis aan de hand van de presidenten en hun belangrijkste daden. En een laagje daarboven vertelde het verhaal van de ontwikkeling van Amerika als natie. Gaandeweg een college kwam je erachter wat hij eigenlijk wilde vertellen. Zijn eigen “kenmerkende aspecten” zal ik maar zeggen.
Het was altijd behoorlijk stil daar, afgezien van een kuch of een kraak, maar er werd goed geluisterd.
Ik ging altijd naar dat college met een aantal bevriende studiegenoten en achteraf wisselde wij aantekeningen uit. Het zal het laatste college voor het paasreces geweest zijn toen een van mijn vrienden, ik zal hem Hans noemen (omdat hij zo heet), afwezig was. Geen probleem, de aantekeningen kwamen er toch wel.
Het eerste college na het paasreces kwam Schulte Nordholt de collegezaal binnen en vroeg waar hij de laatste les geëindigd was. Hans dacht er niet bij na en gaf antwoord. Niemand had het door en Schulte Nordholt ging vertellen. En wij aantekeningen maken. Niets aan de hand.
Totdat op driekwart van zijn uur het langzaam begon te dagen dat de boodschap al eerder was verteld. Toen ook herinnerde ik mij dat Hans er het laatste college niet bij was geweest.
Maar waarom viel die munt zo laat? Omdat hij een ander verhaal vertelde. Met dezelfde achterliggende boodschap. Iedereen met stomheid geslagen: had hij geen aantekeningen voor zich liggen met trefwoorden, jaartallen en feiten?. Kennelijk niet. Kennelijk had hij alleen de beoogde boodschap in zijn hoofd. En de hele Amerikaanse geschiedenis om uit te putten voor de onderbouwing. Wow!
Omdat we een nieuw verhaal hadden gehoord klaagde niemand. Na het college werd er wel over gesproken, maar de studenten noch Schulte Nordholt waren erg van de leg. Alleen Hans dook weg onder een klapstoel. Maar niemand had het gevoel dat hier tijd verloren was. Win-win. Hans had op deze manier geen college gemist!
Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Demo op de Dojo
Afgelopen maanden ben ik actief geweest met het benaderen van scholen voor het geven van demonstraties van Stamboeck Storyboard. Het ouderwetse handwerk: school bellen voor namen, persoonlijke brief met folder, nabellen. De scheef geplakte postzegel helpt in de marketing, respons omhoog. Helaas werkt dat niet zo bij docenten. Die bel je overdag en dan geven ze les of, lekker een tussenuurtje, zitten aan de koffie in de lerarenkamer. En dan zitten ze niet te wachten op een enthousiasteling die graag iets komt demonstreren. Het gaat niet als een mes door de boter, al zijn de responspercentages goed te noemen.
Van huis uit ben ik een Hagenees. En dan is het wel grappig om de scholen juist daar aan te schrijven. Scholen waarop ik zelf heb gezeten of waar vrienden zaten. Des te groter de teleurstelling als ze niet happen. Zaten daar in mijn tijd niet gepassioneerde vertellers als docent geschiedenis? Wat is daar nu van overgebleven?
Maar eentje hapte. Het Aloysius College. In mijn lagere schooltijd een Jezuïeten-jongensschool. Gerund door paters. Ik was aangenaam verrast. Het Aloysius College was niet de school waar mijn vrienden zaten. Dan had je het toch over het Nederlandsch Lyceum, het Maerlant Lyceum, het VCL, het Haganum. Maar ik had wel degelijk een verleden bij het AC: de judoclub. Op de lagere school heb ik daar enkele jaren judoles gevolgd, en op toernooitjes ook vaantjes gewonnen! De judoclub lag in het souterrain van het patershuis, dus niet in de school zelf. De grote stimulator was ene broeder Niels, die altijd zittend in zijn rolstoel kwam kijken als er iets te winnen viel. In 1970 is de school samen gegaan met het Edith Stein College, de meisjesschool.
Nu kwam ik dus terug op die school, alhoewel ik nog nooit in het schoolgebouw zelf was geweest. En dat was een grote verrassing. Het gebouw is betrokken in 1925 en ademt nog steeds dat jaartal. Een immense hal die het midden houdt tussen de school van Harry Potter en een druipsteengrot. Indrukwekkend. De bezoeker voelt zich direct heel erg klein en waarschijnlijk was dat ook de bedoeling van de paters destijds.
De gangen zijn ook nooit opnieuw gedecoreerd, het gebouw is als monument behandeld (gelukkig). Lange gangen, grote klaslokalen. En in zo’n omgeving verwacht je echt geen digitale schoolborden. Eerder blackboards met krijttekeningen uit 1925, en schoolplaten. Maar dat was weer een verrassing, die digitale borden waren er dus wel. Modern onderwijs dus.
De demo verliep prima. Een enthousiaste sectie geschiedenis. Tijdens mijn demo houd ik een vurig pleidooi voor het vertellen van verhalen uit onze eigen geschiedenis, om de kenmerkende aspecten van de tijdvakken meer kleur en diepgang te geven. Maar wie vertelde ik dit? Er was wel een digitaal schoolbord, maar voor de klas staand grijnsden de platen van Isings mij tegemoet. Het Beleg van Den Bosch, de moord op Floris V, Willibrord in Utrecht. Dus toch. En als die er hangen, dan zit het met de vaderlandse geschiedenis wel goed op het AC! Niet op de manier van 1925. Duidelijk met de tijd mee, en waarom dan geen gebruik van die prachtige platen?.
We zaten duidelijk op één lijn. Dit keer geen judowedstrijd op het AC.
Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Binnenhof by night
Was laatst op bezoek in mijn geboorteplaats Den Haag. Toevallig nét op Prinsjesdag, en dan is Den Haag nog wat drukker. Wel een leuke drukte. Binnenkomend werd ik door bereden politie tegengehouden, want de cavalerie kwam net terug van het paleis. Prachtige paarden en mooie uniformen. Daar wil ik best een paar minuten voor verliezen. Beter dan zo’n stom stoplicht.
Ik wilde voor Stamboeck Storyboard foto’s maken van monumenten en gebouwen die voorkomen in de geschiedenisverhalen. En dat zijn er aardig wat.
Ik begon bij Willem I op Plein 1813. Daar staat het prachtige monument van de intocht in 1813. Mooie standbeelden, maar leuker nog is het stripverhaal rondom het monument. Compleet met mestkar waarin Willem I aan wal is gereden op het strand van Scheveningen.
Vervolgens de monumenten rond het Binnenhof. Naast de Gevangen Poort staat Johan de Witt. Aan zijn voeten een tegel ter nagedachtenis van Aleid van Poelgeest. Naar alle waarschijnlijkheid is zij niet dáár vermoord, maar op het Binnenhof zelf. Vlakbij langs de Hofvijver zit Johan van Oldenbarnevelt, trots kijkend naar de overkant van de vijver. Beetje vreemd is dat wel, juist daar is hij onthoofd.
Op het Plein staat Willem de Zwijger. Op de achtergrond een enorme hoeveelheid kranen die bezig zijn met het zoveelste hoge overheidsgebouw. Alsof hij naar die kranen kijkt en denkt aan hoe de tijden veranderd zijn. Op de achtergrond was een mediacircus bezig om parlementariërs iets zinnigs te laten zeggen over de troonrede. En de dranghekken die ‘s ochtends nodig waren geweest werden enigszins lawaaiig weggehaald. Het was eigenlijk een beetje te druk voor het maken van mooie foto’s.
Ik ben ‘s avonds terug gegaan. De rust was teruggekeerd. Van Oldenbarnevelt keek nog steeds naar de overkant, nu met een lampje op hem gericht. En op het Binnenhof een donker hoekje waar Aleid best vermoord had kunnen zijn. Met Willem Cuser. Zonder moderne gebouwen op de achtergrond, zonder veel lawaai. En dan komt dat verhaal tot leven. En is dat tripje Den Haag heel erg de moeite waard.
Stamboeck. De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Marat
De Franse Revolutie is ongetwijfeld een van de meest aansprekende gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis. Net als de Slag bij Nieuwpoort kennen wij met zijn allen het jaartal héél goed. En dat is niet verwonderlijk, we hebben de Franse Revolutie ook héél uitgebreid op school behandeld.
Het geschiedenisboekje wijdt een heel hoofdstuk aan deze revolutie, met heel veel plaatjes. We leren van de onthoofding van Lodewijk XVI, we leren van Robespierre en het Directoire, we leren van de sans-culottes en we leren van de bestorming van de Bastille. En we leren van Jean Paul Marat. Één van de spelers in dat lange toneelstuk, een mooi en dramatisch verhaal. Doodgestoken door Charlotte Corday in zijn bad. Hij zat in dat bad vanwege een huidziekte. Het verhaal is treffend geschilderd door Jacques-Louis David, en dat plaatje staat dan ook trots in alle boekjes.
Het geschiedenisonderwijs van nu leert de schooljeugd dat de 18e eeuw, de periode van Pruiken en Revoluties, een kenmerkend aspect kent dat als volgt klinkt: De democratische revoluties in westerse landen met grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap. De Franse Revolutie staat daarin model als het mooiste voorbeeld, met een mooie voorganger in de Amerikaanse vrijheidsstrijd. En dat mooiste voorbeeld leren we dus met alle verhalen die daarin een rol speelden. Ook al zijn die verhalen niet allemaal even relevant.
Om die Franse Revolutie goed erin te krijgen heeft het onderwijs een aantal andere verhalen geofferd. Verhalen uit onze eigen geschiedenis. Want vergeten wordt dat in ons land eveneens een democratische ommezwaai plaats heeft gevonden, en zeker niet alleen naar Frans voorbeeld. Nee vóór 1789. En de situatie was hier anders, want wij waren een republiek met en stadhouder. En díe geschiedenis geeft meer kleur aan het hierboven genoemde kenmerkende aspect (wat een ambtelijke term is dat toch…). Denk eens aan Joan van der Capellen tot den Pol, aan Kaat Mossel, aan Goejanverwellesluis. Aan Willem V en de inval van de Pruisische troepen. Allemaal vóór 1789, en mooie illustraties van de revolutionaire sfeer in ons landje.
Wat voegt Marat dan eigenlijk toe aan de verplichte kennis van de 18e eeuw?. We leren op die manier meer van de verhalen van de Franse geschiedenis dan van de eigen. Natuurlijk moet de Franse Revolutie behandeld worden, natuurlijk moeten onze schoolverlaters daarvan weten. Maar werkt het niet verdiepend als daarnaast meer verteld wordt van de verhalen uit de Republiek aan het eind van de 18e eeuw? Om aan te geven dat het niet een Franse uitvinding was maar een veel bredere beweging.
Voor mij ligt er eens grens bij Marat. Dan leer ik liever van Kaat Mossel. En haar vriendinnen Ruige Keet en Schele Griet.
Stamboeck. De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl.



