“Gamen” of gewoon les geven?

Ik was twee weken geleden op de beurs Onderwijs & ICT in Utrecht. Ondanks het feit dat de crisis merkbaar was door een bescheiden aantal deelnemende bedrijven was het toch erg leuk. Je kon duidelijk zien dat men nog lang niet uitge-ICT-t is in het onderwijs, en dat er heel veel nieuwe snufjes zitten aan te komen. Dus onderwijs: budgetteer maar vast!.

De uitgevers hadden enkele erg leuke vernieuwingen in de aanbieding, en veel daarvan kwam neer op het spelen van spelletjes. Met noemt dit dan “gamen”, of “serious gamen”, maar het zijn spelletjes. En door het spelen van die spelletjes krijg je dan de stof spelenderwijs onder de pet bij de schooljeugd. En, eerlijk is eerlijk, er zaten hele leuke voorbeelden bij die ongetwijfeld leuker zijn dat een rekenles van de juf!

Het wordt lastiger als aanbieders van digitale schoolborden vooruit gaan lopen op het combineren van een klassikale les met het schoolbord en een respons van de schooljeugd met gebruik van hun eigen “device”. Stel de meester stelt een quiz-achtige vraag en de kinderen geven antwoord via hun device. De leerling krijgt punten bij goed of fout, en de ranglijst verschijnt “realtime” op het bord. Nu heeft men daar nog handige stemkastjes voor, maar men anticipeert al op het gebruik van de eigen spullen van de leerling. Mooi. Nu worden smartphones massaal door de school in beslag genomen, straks MOET je er een meenemen. Anders kan de les niet doorgaan. Vergelijkbaar met de rekenmachine in de 70-er jaren. Verboden toen, nu verplicht.

Ziet u het voor u? Jantje komt met de oude laptop van pa (windows XP), Marietje heeft de Ipad II zonder flash en Kareltje de nieuwste Android smartphone van HTC. En de juf moet overal de wifi aan de praat krijgen? De leerkracht wordt nu een permanente helpdesk en lesgeven is er nauwelijks meer bij. Als de helpdesk het bekende niveau haalt van “zet hem eens uit en dan weer aan” zal dat wel gaan, maar lastiger moet het niet worden. Er zal nog een lange weg moeten worden afgelegd wil dit gaan werken.

En hoe zit dat met geschiedenis-onderwijs? Op de beurs zag ik de bekende pdf-versie van het handboek op het digitale bord verschijnen. Wel voorzien van links naar filmpjes. Maar de basis is toch het papieren boek (zo 20e eeuws!) vergroot op de muur. Een leuke toevoeging kwam van Zwijsen: leg een link tussen een item uit het jeugdjournaal en de geschiedenis. Elke woensdag online. Prachtig!

Gaan wij “gamen” met geschiedenis-onderwijs? dat zou wel spannend zijn. Het kan ook wel degelijk helpen bij bijvoorbeeld oriëntatie-kennis. Er is al een bordspel van de Canon, dat is een leuk en speels middel om de jeugd geschiedenis bij te brengen. Maar geschiedenis is een moeilijk vak juist vanwege de vele verbanden die op vele verschillende abstractie-niveaus gelegd moeten worden. Het duiden van de “kenmerkende aspecten” is lastig genoeg en kan mijns inziens nog niet zonder een goede leerkracht. Niet eentje van “lees eerst maar §5.3 tot en met §5.6”, maar ook niet een van “ga in de mediatheek met je Ipad de Opstand eens naspelen”.

Er staat veel te gebeuren met ICT in het onderwijs. Maar ik blijf erbij: er gaat niets boven een goed vertellende geschiedenisleraar.

Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Facebook
Volg Stamboeck op Twitter

Advertenties

9 februari 2012 at 1:08 pm 2 reacties

Vertellen is boeien, en boeien is leren.

Het geschiedenisonderwijs maakt gebruik van tien “Tijdvakken” die elk getypeerd worden door “Kenmerkende aspecten”. Het is een poging om de oriëntatie in de geschiedenis te verduidelijken, welk tijdvak was er eerder, en de tijdvakken te duiden aan de hand van de belangrijkste ontwikkelingen. Net als de Canon van Nederland, die  hetzelfde poogt te doen, kan dit een belangrijk hulpmiddel zijn. En ja: elke structuur gaat ergens mank en er zijn dus voor- en tegenstanders van deze methodiek.

Ik was als student niet zo’n kei in het onthouden van feiten, en mijn smoes tegenover mijn hoogleraar was dan ook  dat “ik meer iemand was voor de grote lijnen”. Ik kreeg dan een bijzonder tactvol gestelde repliek: “dat is ook hééél belangrijk, maar wat heeft u aan grote lijnen als u ze niet met feiten kunt onderbouwen?”. BAM! Dus toch maar weer de Romeinse keizers en de pausen uit het hoofd geleerd.

Gaan we in het onderwijs onze kids dus grote lijnen bijbrengen, dan zullen er toch feitelijkheden aan te pas moeten komen. En dan komen we in het domein van de parate kennis, een tegenhanger van het streven naar oriëntatie-kennis. En de lesmethoden die ermee moeten werken bewandelen dan ook een middenweg. Niet teveel feiten, maar met tekst, tabellen, plaatjes met bijschriften, samenvattingen de leerling te lijf. En niet te vergeten de docent.

Wat te maken van het kenmerkend aspect “Ontstaan van handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie”?. Geplaatst in het tijdvak van “Regenten en vorsten”, ofwel de 17e eeuw. Je kunt het bijna niet abstracter formuleren. Vroeger leerde men “1602, VOC”, maar uiteraard komt ook nu de VOC volop in de hoofdstukken van de lesmethoden voor. Aandelenverkoop, specerijen, forten langs de weg naar de Oost. Maar het blijft toch wat ver van je bed.

En daarom ben ik zo’n groot voorstander van verhalen in de klas. Met een verhaal kun je de kenmerkende aspecten een gezicht geven, een context scheppen waar de dingen in elkaar grijpen. Waarom niet vertellen van de muiterij op de Batavia? Het geeft een beeld van hoe zo’n schip functioneerde, hoe lang het onderweg was, waarom men af en toe uit koers raakte en in Australië terecht kwam. Over de rauwdouwers op de schepen en over de harde hand van Jan Pieterszoon Coen. Een indrukwekkend verhaal kleurt zo’n “kenmerkend aspect” mooi in.

Bezoek het replica van de Batavia in Lelystad en de geschiedenis komt nog meer tot leven!

Om nog een voorbeeld te noemen:  het kenmerkend aspect uit het tijdvak van “Steden en Staten”, “Het begin van staatsvorming en centralisatie”. Vertel over de teloorgang van het graafschap Holland onder Jacoba van Beieren, als Philips de Goede  van Bourgondië alle gewesten onder één noemer brengt, de reden waarom later alles van de Spaanse koning zou worden. Een machteloze jonge gravin ten prooi aan ambitieuze edellieden en geldgebrek door aanhoudende (Hoekse en Kabeljauwse) twisten.  Het hoeft niet de versie van 1860 te zijn, haar verhaal kent vele updates.

Mits goed verteld zullen de verhalen, als aanvulling op de lesmethoden, de tijdvakken en hun “kenmerkende aspecten” meer tot leven brengen. En daarmee  meer boeien. En als de leerling geboeid raakt leert hij/zij beter. En die oriëntatie-kennis komt dan wel goed. De parate ook trouwens…

Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Facebook
Volg Stamboeck op Twitter

12 oktober 2011 at 5:02 pm 8 reacties

Anti-helden

Tussen alle mooie verhalen uit onze geschiedenis vinden we ook anti-helden, die desondanks alom vereerd worden. Genoeg in ieder geval voor meerdere standbeelden. Zo liep ik in Breda aan tegen een mooi voorbeeld. En nog wel een uit een van onze allermooiste verhalen: het Turfschip van Breda.

Het Turfschip van Breda is een absolute succes-story en heeft de glamour van het Paard van Troje. En dat succes blijft natuurlijk hangen in onze herinnering. Maar de voorbereiding liep niet helemaal vlekkeloos. En daar komt onze anti-held om de hoek.

Standbeeld van Adriaen van Bergen in Leur

Het idee om soldaten in een turfschip te verbergen is afkomstig van Adriaen van Bergen uit Leur. Hij was turfschipper en moest regelmatig turf brengen naar het Kasteel van Polanen waar de Spanjaarden hun plaatselijk hoofdkwartier hadden ingericht. Het kasteel was goed beveiligd, het was dus niet eenvoudig daar zomaar naar binnen te komen met een legertje soldaten. Het idee van Van Bergen sprak de jonge Maurits wel aan en het snode plan werd voorbereid.

Op 25 februari 1590 stond het legertje klaar om onder het turf verborgen naar het kasteel vervoerd te worden. Het wachten was op Adriaen van Bergen. Hij kwam te laat, had zich “verslapen”. De hele operatie moest een dag worden opgeschoven. De volgende dag echter durfde Adriaen niet meer. Twee neven van hem namen het over en Adriaen bleef thuis. De bedenker van het plan werd het kennelijk te heet onder de voeten.

“The rest is history”. Na een barre tocht onder het turf heeft het legertje van Maurits de Spanjaarden totaal verrast en Breda ingenomen. Een prachtig resultaat voor zo’n risicovolle onderneming.

Adriaen van Bergen heeft een standbeeld in Breda én een in zijn woonplaats Leur. Gelukkig is de geschiedenis mild voor deze fantasievolle, Homerische bedenker van het plan. Zonder hem was het Turfschip van Breda geen mooi verhaal geworden, maar het resultaat is ook zonder hem bereikt.

Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl
Volg Stamboeck op Facebook
Volg Stamboeck op Twitter

5 september 2011 at 10:25 am 2 reacties

Van het bos en het knekelhuis

Soms vertelt een landschap het verhaal zelf.

Ik was in Verdun om daar monumenten te bezoeken van de Eerste Wereldoorlog. Op tv had ik Geert Mak daar al eens zien optreden. Na honderd jaar later ontploffen daar in de buurt nog steeds granaten en verwonden nog steeds boeren. De tol in 2011 van de Slag om Verdun.

De slag heeft een klein jaar geduurd. Een relatief klein territorium werd symbool voor de strijd tussen Fransen en Duitsers. In totaal 263.000 doden en 492.000 gewonden.
Stil word je in het zogenaamde Ossuaire van Douaumont, een monument voor 130.000 onbekende soldaten. Hun botten liggen op de plek van dit fantastisch monument dat de strijders in hun leven poogt te herdenken. Niet voor niets de plek waar in 1984 Mitterand en Kohl de vriendschap tussen Frankrijk en Duitsland hand in hand hebben bevestigd.

Een film in het herdenkingscentrum vertelt dat de Duitsers op 21 februari 1916 gedurende de eerste acht uur van de slag meer dan 1.000.000 granaten afschoten. De slag zou duren tot 15 december. Het land was veranderd in een explosief maan-modder landschap, kapot geschoten en daardoor voor een lange periode waardeloos geworden.

Naast de vele monumenten en het museum is er niets met het landschap gebeurd. Hele dorpen zijn weggevaagd en niet meer opgebouwd. In de loop van bijna een eeuw is er een bos ontstaan. Als je het bos goed bekijkt zie je dat de bodem bestaat uit kleine kuilen en heuveltjes. Teveel en te klein voor een natuurlijke oorzaak. Eerst wekt dit verbazing, dan afgrijzen. Waar je kijkt zie je de kraters van de talloze granaten die hier zijn geland.

het bos en de kraters in de grond.

Dat bos vertelt van de afgrijselijke loopgravenoorlog, van de grote aantallen soldaten die als kanonnenvlees werden ingezet, van de propaganda die deze soldaten niet vertelde van hun kansen van overleving. Geen millimeter van het gebied was veilig. De partijen hielden elkaar in een dodelijke wurggreep. Veel gesneuvelde soldaten bleven levenloos op het slagveld achter om later in het Ossuaire te belanden.

Omdat Nederland neutraal was hebben wij minder met deze oorlog. Weinig verhalen circuleren in de familie. Wij leren netjes op school van de oorlog en de herstelbetalingen als opmaat voor WOII. Maar de emotie, zoals die er wel is bij de Tweede Wereldoorlog, ontbreekt.
Een bezoek aan het Ossuaire verandert dat in één klap. En anders wel een blik in dat bos.

Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl

Volg Stamboeck op Twitter

8 augustus 2011 at 2:00 pm 1 reactie

Waalsdorpervlakte

Toen ik een klein mannetje was woonde ik op de 5e verdieping van een flat die uitkeek op de Waalsdorpervlakte. Aan de andere kant zag ik een glimp van de strafgevangenis van Scheveningen, ook wel bekend als het “Oranjehotel”. Dat zei je nooit zoveel als klein mannetje. Behalve op 4 mei.

Op 4 mei werd bij mij thuis ’s avonds de twee minuten stilte heel serieus genomen. Bij iedereen trouwens. Ik keek dan graag naar de Van Alkemadelaan. De auto’s gingen aan de kant staan. Alles viel stil. Alles. Behalve wellicht een incidentele Duitse toerist in Scheveningen met een diepgeworteld gebrek aan tact.

De oorlog was pas twintig jaar voorbij. Mijn vader en mijn moeder hadden er beiden hun portie van meegekregen.
Toen A.J.P. Taylor in 1960 met zijn boek “The Origins of the Second World War” kwam werd hij in de krant afgeschilderd als advocaat van de duivel. Hij was de eerste historicus die wees op de houding van de grootmachten tegen Hitler in de aanloop naar de oorlog. “Peace for our time” zei Chamberlain in 1938 en zwaaide triomfantelijk met een vodje papier, een overeenkomst met Nazi-Duitsland. Maar zo’n vingerwijzing was nog te vroeg in de sixties.

De meest krachtige herdenking is voor mij het klokkengelui op de Waalsdorpervlakte. Ook op TV te zien, altijd met geruis van een fikse wind in de microfoon. Een mooie nagedachtenis voor allen die daar gevallen zijn. Gefusilleerd.

Mijn moeder had de oorlog als kind meegemaakt, maar wel heel bewust. Alle ellende balde zich samen in haar herinnering aan haar favoriete “oom Jan”. De jongste broer van haar moeder. In het verzet. Gearresteerd door de nazi’s en gevangen gezet. In juli 1943 in Leusden gefusilleerd. Op 4 mei kwam oom Jan altijd ter sprake.
Ik had hem uiteraard nooit gekend, maar ook ik werd stil van dat verhaal. Twee minuten stil voor oom Jan.
Ook mijn kinderen kennen het verhaal van oom Jan. Maar het zegt ze uiteraard veel minder. Een bij-product van al die decennia vrede. Maar ook zij doen mee aan die twee minuten.

Er zijn talloze oom Jannen. En alle verhalen die daarbij horen. Die verhalen maken diepe indruk op kinderen. Ik zou er ook erg voor zijn als alle scholen een keer op 4 mei naar de Waalsdorpervlakte zouden gaan om het klokkengelui te horen. En om even stil te staan bij de oom Jan-verhalen. Een geschiedenis-les die je nooit meer vergeet.

Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl

Volg Stamboeck op Twitter

3 mei 2011 at 2:09 pm 2 reacties

Jut

Soms loop je tegen een verhaal aan dat leuk is om te vertellen maar waarvan je de relevantie nog niet zo ziet. En dan moet je daar gewoon induiken, kijken wat er gebeurt.

Zo liep ik aan tegen Hendrik Jacobus Jut. Die van de kop. Nooit geweten dat dat een gewetenloze moordenaar was. Ik was geïntrigeerd en besloot om dat verhaal eens op te schrijven voor Stamboeck Storyboard. Maar de relevantie voor de geschiedenisles dan? Met de haren erbij slepen? Misschien, misschien ook niet.

Hendrik Jacobus Jut was kelner in Scheveningen, had geen geld maar wel zijn vriendin zwanger gemaakt. Zijn vriendin had gewerkt bij een weduwe die veel geld had uit een nalatenschap, en ze pronkte ermee. Met types als Jut in de buurt niet verstandig. Jut besloot samen met zijn vriendin de weduwe van het leven te beroven, nam tegelijk het leven van de dienstmeid mee, en roofde een kapitaal aan juwelen en waardepapieren. Den Haag was in shock, van de dader geen spoor. Jut tartte het lot door op de begrafenis van de weduwe rond te bazuinen dat de dader wel eens onder de aanwezigen zou kunnen zijn…

Jut en vriendin pakten de boot naar New York, verzilverden een deel van de buit, gingen via Engeland naar Vught om zich daar te vestigen, en daar werd hun dochtertje geboren. Later nog een reis naar Zuid Afrika, en teruggekomen vestigde Jut zich in Rotterdam en kocht een tapperij aan ’t Haagse Veer. Het was een kwestie van tijd. Hij sprak in een dronken bui zijn mond voorbij, en in zijn kroeg kwamen nogal wat Hagenezen…..

Enfin Jut en vriendin, inmiddels echtgenote, gearresteerd. Thuis werden bewijzen gevonden en in1876 stond het stel terecht. Bij uitzondering besteedden de kranten héél veel aandacht aan deze gewetenloze daad. Het volk  woedend en eiste de kop van Jut. Een kermisexploitant doopte zijn spelletje om in de Kop van Jut, heel Nederland kon zijn woede kwijt met een hamer. Mooi, Jut was verzekerd van eeuwige roem.
Jut kreeg levenslang en zijn vriendin 12 jaar cel. Jut stierf in 1878, vriendin pas in 1926 na een turbulent leven.

Mooi verhaal, maar bijzonder? Kan in elke tijd voorkomen. Niets voor de geschiedenisles. Of toch?

Laat nou de doodstraf afgeschaft zijn in 1870. Midden in de tijd van de modernisering van de wetgeving (denk aan het Kinderwetje van 1874). Het volk eist de “Kop van Jut”, zijn zij al gewend aan het feit dat de doodstraf (onthoofding of galg) niet meer bestaat? Wil men voor deze gewetenloze dubbele moordenaar een uitzondering? Dan staat plots dat kermis-spelletje symbool voor heel iets anders. Het verhaal van Jut krijgt zijn plaats in de geschiedenis door het te koppelen aan de modernisering van de wetgeving. Een zijtak van het kenmerkend aspect: Discussies over de ‘sociale kwestie’. En daarom verdient het zijn plaats in Stamboeck Storyboard.

Het verhaal heeft nog een bijzondere uitsmijter. Jut sterft in 1878. De universiteit van Groningen besluit zijn hoofd te bewaren op sterk water. Als bijzondere rariteit (het is tenslotte de Kop van Jut), als tegemoetkoming aan de eis van het volk of vanuit een “Buikhuisen avant la lettre”-gedachte? Het is tentoon gesteld in het pathologie-museum van de universiteit.
Bestaat de kop van Jut dan nog steeds? Nee. De pot is gaan lekken. We moeten het nu doen met het kermis-spelletje. En met een mooi verhaal.

Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl

Volg Stamboeck op Twitter

13 april 2011 at 9:21 am 2 reacties

Tenen krommend

Soms hebben verhalen ook geen zin. Ofwel sommigen zullen het nooit leren.

Het was 1980. Ik vertoefde met vrienden op vakantie in Griekenland, huisje in de baai van Tolon. Jawel, van Odysseus! Het was bloedheet maar dat weerhield ons niet van menig bezoek aan menige oudheid. Prachtig: Mycene, Tiryns, Athene, Epidauros en een mislukte poging naar Delphi. Verder veel zand, zee-egels, kwallen, verbrande ruggen en de Telegraaf vol met overwinningen van TI Raleigh in de Tour. Het jaar van Joop Zoetemelk. Een verhaal op zichzelf!

Het gezelschap, dat was al duidelijk, was niet vies van een ritje door 40+ celcius op weg naar de klassieke oudheid. En zo hadden wij ons allemaal heel erg verheugd op Olympia. In twee krakemikken van auto’s door de bergen, schapen,  geiten en afgronden ontwijkend, kwamen wij daar aan. Eerst het museum, zo’n typisch Zuid Europees museum met vooral veel dingen en weinig verhaal. Hopelijk is dat nu beter.

Maar het meest verheugd hadden wij ons op de opgravingen. En die stelden niet teleur. En de sfeer was geweldig: tussen de krekels en cypressen lagen de zuilen in gigantische lego-onderdelen verspreid op de grond. Met een plattegrond in de hand konden we de ene na de andere tempel “in” en de fantasie deed de rest. En als klap op de vuurpijl liepen wij het stadion binnen…..

Daar stond een groepje, ofwel een bus, Nederlanders te luisteren naar hun gids. Zo een met een vlaggetje in de lucht. Wij schuifelden langzaam die kant uit om ook wat van de uitleg mee te krijgen. Doorgaans is het best leuk wat gidsen vertellen. En de man deed zijn best om een goede uitleg te geven en verhalen te vertellen.

Hij was klaar en nodigde uit tot het stellen van vragen. En voor je het wist was een even vurige als zin- en oeverloze discussie gaande over de vraag of de atleten van toen beter waren dan de atleten van nu. “Als het verleden maar gaat leven”, dacht ik bij mijzelf. Enfin, discussie bloedde dood en de gids legde uit dat hij de volgende ochtend in het hotel weer klaar zou staan voor de volgende excursie.
“Nog één vraag als dat mag”, zei een man met een zoontje. Hij keek er zeer ernstig bij, want zijn zoontje moest de indruk krijgen dat papa moeilijke vragen stelde. De gids bewaarde zijn geduld en wachtte de vraag af. En toen vroeg de man: “Is dit allemaal op schaal?”.

Ik zou niet graag op dat moment in de schoenen van die gids staan….

Stamboeck: De verhalen terug in de klas! www.stamboeck.nl

Volg Stamboeck op Twitter

3 februari 2011 at 4:58 pm 2 reacties

Oudere berichten


Stamboeck

Alexander Luns

Stamboeck’s Blogs